T
U
B
E
L
I
G
H
T
 
T
U
B
E
L
I
G
H
T

Willem Sjoerd van Vliet, TRANSIT (2011)

Willem Sjoerd van Vliet, TRANSIT (2011)

Vakantieverhalen

Temporary Stedelijk 3: Transit

Willem Sjoerd van Vliet

18 februari

Stedelijk Museum Amsterdam

De NS verbouwt. Overal in Nederland worden tunnels verbouwd, treinen omgeleid en klokken vervangen. De hordes mensen met koffers, tassen en kinderen rennen nog haastiger rond dan normaal. De trein moet gehaald worden en men moet omlopen. Om de paniek, die normaliter toch al alomtegenwoordig is op stations, in de hand te houden probeert men overal het leed van de reizigers te verzachten. In Utrecht hangen baby’s, gigantische baby’s. Vanuit de hoogte grijnzen de stickers op de ramen je toe. CU 2030 staat eronder. Zo lang duurt het namelijk voordat het station af is. In een speciale cabine kunnen animaties bekeken worden van het toekomstige station. In het station van Gouda, dat momenteel ook verbouwd wordt, hangen borden met wetenswaardigheden over de stad. Zo at men er vroeger beschuitpap. In Leiden is afgelopen jaar een heus festival georganiseerd ter ere van het nieuwe station. Op het Centraal Station van Amsterdam hangt een lichtbak met de volgende woorden:

    ‘The following fifteen seconds will make your day’

Achter de tekst staat een duin, met een onheilspellend donkergrijze lucht en een regenboog. Verderop in de hal hangen nog vier vergelijkbare werken, allemaal kleurenfoto’s, met ervoor in witte letters een tekst. De lichtbakken horen bij het doorlopend project Transit, een samenwerkingsverband tussen het Stedelijk Museum Amsterdam en de Nederlandse Spoorwegen. Transit laat werk zien van net afgestudeerde studenten van de Rietveld Academie en het Sandberg Instituut. Momenteel toont Willem Sjoerd van Vliet zijn werk. Hij is afgestudeerd in de richting Taal en Beeld van de Rietveld Academie.

De vijf foto’s hebben gemeen dat ze allemaal iets te maken hebben met reizen, bewegen of zelfs vakantie. Met uitzondering van één foto is op alle foto’s water te zien. De foto’s kunnen mijlenver genomen zijn, maar ook om de hoek. Er is niet alleen een foto van een duin met een regenboog, maar ook van een meer, met bruggen op de achtergrond, een weg langs een zee en een fietsenrek. Daarnaast zit er een beduidend verschil in de kwaliteit van de beelden. Er is verschil in korrel en scherpte, sommige foto’s zijn bewogen. De foto’s kunnen niet alleen overal zijn gemaakt, ze kunnen ook door iedereen zijn genomen. Ze lijken bijeengeharkt uit fotoalbums, van koffietafels, uit prullenbakken van familie en bekenden, of misschien zelfs van Facebook of Flickr.

Deze beelden zijn door een (fictief) persoon, een ander dan de kunstenaar, bestempeld als bijzonder en vormen het bewijs dat hij of zij op een bepaalde plek is geweest. Dat maakt de bewogen foto van de Eiffeltoren vele malen waardevoller dan de mooi belichte, haarscherpe foto uit de reisgids. De bewogen foto bewijst namelijk dat jij daar geweest bent. De teksten bij de beelden zijn net zo gewoontjes, alsof ze zijn opgevangen in de trein of bij de bushalte. ‘We hebben nog niemand voorbij zien komen die we kennen,’ zou zomaar gezegd kunnen zijn door iemand die opbelt vanaf zijn jaarlijkse verblijf op de camping. Het verschil is dat deze woorden niet in die context te horen zijn, maar te zien zijn op een lichtbak. Uit hun originele context gehaald nodigen de zinnen ineens uit tot contemplatie, wat ze in zekere zin tot poëzie maakt.

Dan is er nog het verband tussen de beelden en de zinnen. Waar normaliter tekst het beeld verklaart, lijkt dat hier bijna andersom. Het duin en de regenboog verklaren waarom je de rest van de dag vrolijk zult zijn. De tekst en de beelden geven elkaar een zekere diepte mee, die ook zeker iets van de toeschouwer vraagt. Hoewel er wel degelijk een verband is tussen de tekst en het beeld, is dit niet meteen duidelijk. Ieder werk is een kleine puzzel.

Ik stop met haasten en sta stil. Even vergeet ik het station, de verbouwing en het feit dat ik nu om moet lopen.