Het jaarlijkse Paradisodebat, dat samenviel met de Uitmarkt en daarmee de aftrap vormde van het culturele seizoen, stond – hoe kan het ook anders – in het teken van de bezuinigingen. De landelijke discussie over het cultuurbeleid van het zittende kabinet wordt nu al ruim een jaar verhit gevoerd. En dat is goed. De discussie mag niet stilvallen. Maar alle pogingen een waardevolle dialoog aan te gaan met de huidige roergangers blijken keer op keer op een muur te stuiten. Of begint er toch iets te verschuiven?
Tijdens het debat schittert staatssecretaris Halbe Zijlstra door afwezigheid. Het is onduidelijk of hij überhaupt werd uitgenodigd. Men neme aan van wel, en schuift het begripvol af op een drukke agenda. Cultureel waste management boss Martin Bosma straalt volgens alle verwachtingen net zo hard mee. Maar als dan ook nog het CDA nergens te bekennen is, weten we al snel dat het een debat wordt tussen voornamelijk gelijkgezinden. Met een uitzondering van de resterende aanwezige VVD delegatie in de personen van Bart de Liefde (Tweede Kamerlid) en Antoinette Laan (wethouder sport, recreatie, kunst en cultuur Rotterdam). Waarvoor overigens, chapeau! Het kan geen gemakkelijke taak zijn het wankele beleid van Zijlstra te verdedigen… (Tenzij het je geen reet kan schelen natuurlijk.)
Toegegeven, het is overduidelijk dat het door Kunsten ’92 georganiseerde debat niet op neutraal terrein wordt gevoerd. Het start met een uur ‘college’ waarin gedetailleerde rapporten en scenario’s van Bureau Berenschot en de Atlas van gemeenten besproken worden. De zittende kabinetsleden blijken niet uitgenodigd te zijn om bejubeld te worden vanwege hun daden. Maar toch, je mag van je volksvertegenwoordigers verwachten dat ze het gesprek over een der zaken in hun portefeuille niet uit de weg gaan. (Tenzij het je geen reet kan schelen natuurlijk.)
De al rondzingende cijfers (25 % minder inkomsten, 200 miljoen korting op rijksniveau, met overige besparingen oplopend tot een miljard minder) worden nog eens netjes voorgeschoteld en ook de daarbij behorende consequenties worden keurig opgelepeld. Het economisch belang van cultuur wordt nog eens benadrukt. De waarde van cultuur voor de samenleving wordt ook nog eens onomstotelijk duidelijk gemaakt, zelfs voor de niet-gebruikers (vastgoedwaarde, opleidingskansen en leefbaarheid). En het voornaamste pleidooi is nog altijd niet de bezuinigingen terug te draaien – het realisme is de sector niet vreemd – maar enige redelijkheid om de nieuwe situatie te kunnen bolwerken. Daarin worden twee speerpunten genoemd:
1. Maak de btw-verhoging ongedaan om ondernemerschap en sponsoring te stimuleren.
2. Zet de bezuinigingen gefaseerd in opdat de cultuurhuizen hun beleid doordacht en met visie kunnen aanpassen. De argumenten staan als een huis. (Tenzij het je geen reet kan schelen natuurlijk.)
Het uitgangspunt van het debat is hoe de gemeenten zullen omgaan met de gekrompen cultuurbudgetten; of zij willen en kunnen compenseren, of het gemeentebeleid de richtlijnen van de staat zal volgen en hoe zij het belang van cultuur uitgespeeld zien in hun stad. Op het moment dat er een behoorlijke hap uit de staatsbegroting valt, worden de gemeenten belangrijke gesprekspartners in het voortbestaan van de culturele infrastructuur. Op een enkeling na – om precies te zijn: VVD-er Antoinette Laan die toegaf haar wenkbrauwen bij experimentele kunstvormen op te halen – zijn alle cultuurwethouders ook cultuurliefhebbers, die met overtuiging zich in het harnas van het ambt steken. Als er bezuinigd moet worden gaat dat gepaard met pijn en enkelen houden zelfs hun rug recht en beloven juist op cultuur, die zoveel andere sectoren indirect positief beïnvloedt, niet te korten (Arnhem, Utrecht, Groningen). Zelfs zonder te korten blijven er dilemma’s, de gemeente is nu eenmaal niet het vangnet van de staat en grote gaten kunnen ook niet met de gemeenteportemonnee gedicht worden. De gemeenten proberen samen met hun instellingen tot afspraken en toekomstscenario’s te komen. De grote acht gemeenten zijn dan ook verzameld in het orgaan van de G8 om het gesprek met het rijk te bevorderen.
En met al deze daadkracht onthult zich meteen het pijnpunt van het debat (niet alleen deze zondagmiddag). Iedereen gaat onderling de dialoog aan, maar het wil maar niet lukken met de staatssecretaris zelve. Deze wees al zonder blikken of blozen het advies van de Raad voor Cultuur af, trekt zich niets aan van economische doorberekeningen zoals uitgewerkt door Berenschot en de Atlas, wimpelt de waarschuwingen van de grote patronen Martijn Sanders en Joop van den Ende af en slaat vervolgens ook de adviezen van de Grote Gemeenten in de wind. Jetta Klijnsma’s typering van de staatssecretaris tijdens het debat als ‘autist’ is dan ook geen gemene sneer, maar een accurate constatering. Ze blijft ruimhartig en moedigt Zijlstra aan te beginnen met de dialoog. Daarbij legt ze haar eigen ervaring als staatssecretaris op tafel, waarbij ze aangeeft dat je als het echt moet ook op eerder geformuleerd beleid kunt terugkomen. Het is moelijk, maar het kan… (Tenzij het je geen reet kan schelen natuurlijk.) Er zijn immers voldoende argumenten verzameld om de boel te heroverwegen. Maar zoals De Liefde tijdens het debat verwoordt; de doorberekende scenario’s geven nog geen zekerheid dat het in de toekomst echt zo zal lopen. Hij vindt het niet nodig daar andere berekeningen of scenario’s tegenover te stellen. Dat de voorgelegde scenario’s dé argumenten zijn ontgaat De Liefde volstrekt.
De culturele sector wordt verweten zich te hullen in een klaagzang. Een makkelijk verwijt als alle mogelijkheden tot een gesprek worden afgewezen en alle argumenten in de wind worden geslagen. De toon is: ‘Dit zijn de besluiten, jullie hebben het er maar mee te doen.’ Kritiek wordt getolereerd, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Er staat ons een groter verlies dan de gevreesde bezuinigingen voor ogen als we hierin berusten. Te accepteren dat je geen gesprekspartner bent, of kan zijn, omdat je van mening verschilt, is het verlies van een democratisch onderhandelingsmodel accepteren. Daarom moet het gesprek afdwongen worden om toch gehoord te worden. Bijvoorbeeld op 19 september, tijdens het protest in Den Haag, maar ook daarna. We moeten blijven schreeuwen, al zijn we roependen in de woestijn. (Tenzij het je geen reet kan schelen natuurlijk.)
Stad versus staat: tegenhangen of meebuigen?
Paradisodebat 2011
28 augustus
17-09-11 / Nathalie Hartjes / TL #76
-
Trefwoorden:
- cultuurbezuinigingen
- Halbe Zijlstra

